Startpagina
Kerkdiensten
Agenda
Wie Wat Waar
Handreiking
Wijkindeling
ZWO Activiteiten
Kerkenraadsvergaderingen
Concerten in de kerk
De Willibrordkerk
    Predikantenoverzicht
    Historie van de kerk
    Kern van het dorp
    Liturgische aspecten
    Documenten
    Het Bätz-Witte orgel
    Foto's vanuit de toren
Symbolen in de kerk
Kinderen dopen
Trouwen in de kerk
Beleidsplan 2008-2013
Links
Webmaster
Zoeken

Liturgische aspecten

Gebruik in vroeger tijden

De heuvel, waarop in de 12de eeuw de Willibrordkerk verrees, was niet groot. Dat was de parochie evenmin. Men moest en kon dus volstaan met een gebouw dat voldeed aan de elementaire gebruikseis: de dagelijkse viering van de eucharistie (de mis).
Daar was een kerk voor nodig die bestond uit twee delen: een koor en een schip. Het koor is het oostelijke deel, met vensters waardoor het licht van de opgaande zon de kerk binnenkomt.



Naar boven

Het koor

De ruimte met het altaar, was voor de geestelijkheid gereserveerd. De priester consacreerde er hostie en wijn. Voordat dat gebeurde, kleedde de priester zich in zijn liturgisch gewaad; dat deed hij in de sacristie, de kleine kapel-achtige uitbouw aan de noordzijde van het koor. Vandaaruit betrad hij het koor, waar hij de dienst opende met liturgisch gezang (Kyrie en Gloria), vanaf een ambo of lezenaar een deel uit het Evangelie las en (op zon- en feestdagen) vanaf de preekstoel preekte. Daarna volgde het belangrijkste gedeelte van de viering: de eucharistie.

De parochianen bevonden zich tijdens de viering in het schip van de kerk. Koor en schip waren van elkaar gescheiden door een koorhek, dat de scheiding tussen meer (koor) en minder (schip) sacrale ruimte markeerde. De mensen keken staande toe; in de middeleeuwen waren er nauwelijks stoelen of banken in een kerk aanwezig. Bij de consecratie knielden ze op de stenen vloer.


 


Naar boven

Vertegenwoordiger van de kerk

De priester was een vertegenwoordiger van de Kerk, en daarmee – zo stelt de Rooms-katholieke theologie – van God. Wat in het koor van de kerk gebeurde, was dan ook van levensbelang voor de mensen. Hemel en hel speelden een grote rol in hun leven; was het aardse bestaan – soms – een hel, dan was er altijd de hemel die hun wachtte. Althans, áls ze trouw aanwezig waren bij de viering van de eucharistie en trouw te biecht gingen. Naar we mogen aannemen stond er ten behoeve van dat laatste in het schip van de kerk een biechtstoel. De kerk (als instituut en als gebouw) stond van de wieg tot het graf centraal. Werd een kind geboren, dan bracht de vader het zo snel mogelijk naar de kerk, waar de priester het kindje doopte; zonder die doop bleef immers de hemelpoort gesloten. Overleed een gedoopt kind – wat maar al te vaak gebeurde – dan ging het in elk geval toch naar de hemel.
Ook rond het levenseinde was een cruciale rol voor de kerk weggelegd. Een stervende kreeg het sacrament van de stervende toegediend: vergeving van alle zonden, zodat je als het ware met een schone lei de reis naar de overkant kon maken. Het stoffelijk overschot werd daarna in de directe omgeving van de kerk in gewijde aarde begraven. Soms zelfs ín de kerk (de meest gewijde grond); dat was een privilege voor de meer welgestelden. De allerbeste plek om begraven te worden was in de buurt van het altaar: want daar was Christus-zelf aanwezig, telkens wanneer de eucharistie gevierd werd. In talloze kerken vinden we dan ook de graven van edelen en geestelijken in het koor, in de omgeving van het altaar. Een echo van dat gebruik vinden we in de beide epitafen in de Willibrordkerk, herinnerend aan adellijke bewoners van kasteel Nederhorst. Ze hangen in het koor, ter weerszijden van de plek waar ooit het altaar stond. Nu echter kijken ze neer op zondagse kerkgangers.

Zo heeft ook onze Willibrordkerk de eerste eeuwen van haar bestaan gefunctioneerd; haar inrichting weerspiegelde de tweedeling in geestelijkheid en leken, getuigde van het middeleeuwse wereld- en godsbeeld. Zo stond ze in allerlei opzicht centraal.


 


Naar boven

Het Protestantisme

In de loop van de 16e eeuw brak de humanistisch-protestantse vloedgolf door. Van de zuidelijke Nederlanden tot en met Scandinavië, in Engeland en Schotland en aanzienlijke delen van het Duitse keizerrijk werd de macht van de Rooms-katholieke kerk gebroken. Het kerklatijn werd afgeschaft: mensen moesten zélf de bijbel kunnen lezen, zélf daarover nadenken zonder dat de kerk voorschreef wat wel en niet toegestaan was. Kerkgebouwen werden aan de Rooms-katholieke eredienst onttrokken, soms leeggeplunderd, daarna heringericht ten behoeve van de protestantse eredienst. Overtollig geraakte parochiekerken, kloosters en kloosterkerken werden met de grond gelijk gemaakt.



Naar boven

Van Pastoor tot Dominee

De pastoor van Nederhorst had het zien aankomen. Hij verdiepte zich in de Reformatie en ging ertoe over. Van pastoor werd hij dominee. De Willibrordkerk werd heringericht. Het koor van de kerk, de meest sacrale ruimte, verloor zijn altaar en werd ‘heringericht’ tot rommelhok, tot school. Een wandje scheidde de ruimte van het schip, waar de preekstoel met daarop een grote Statenbijbel nu het belangrijkste onderdeel van het interieur geworden was.

Het schip werd volgezet met stoelen, allen gericht op de kansel. De bijbel stond centraal, de dominee had als hoofdtaak (soms enige taak) de uitleg ervan. De bijbel, nu in de eigen taal te horen (vanaf 1637 de beroemde Statenvertaling), uitgelegd door een leger predikanten, reguleerde nu het leven.

Wat er ook veranderd was, in elk geval niet de centrale plek van kerk en kerkgebouw in de plaatselijke en nationale samenleving. De protestantse kerken, ooit begonnen als protestbeweging maar al snel in verschillende landen gepromoveerd tot staatskerk, beheersten het leven van de mensen zoals vroeger de Rooms-katholieke kerk dat gedaan had. Wie geen belijdend lid van de kerk was, telde ook maatschappelijk niet voor vol mee. Kerkgang (tweemaal per zondag, vaak ook nog door-de-week) was vanzelfsprekend.



Naar boven

Verbouwing van 1939

De bevolking van Nederhorst groeide langzaam. In de 20e eeuw bleek de kerk opnieuw te klein. De kerk vergroten – zoals rond 1500 gebeurde – was niet mogelijk. Wél mogelijk was het gebouw volstrekt anders in te richten; dat vond plaats in 1939.
Het koor, eeuwenlang niet in gebruik geweest, werd heropend. Maar het werd voorzien van een amfitheatervormige helling en – evenals het schip en de zijbeuk – volgezet met massieve banken. De preekstoel werd tegen de westelijke torenwand geplaatst. Daarmee had de kerk een inrichting gekregen die volstrekt haaks stond op haar architectuur. Van eredienst-ruimte was ze definitief gedegradeerd tot preeklokaal, voor niets anders meer bruikbaar dan alleen voor de kerkdienst op zondag, alleen voor leden van de Hervormde gemeente op dat moment makkelijk toegankelijk.


 


Naar boven

Een kerk voor meer mensen

Definitief? Nee, dat geloven we niet.
De tijd gaat verder, de samenleving blijft veranderen. De centrale rol die het instituut ‘kerk’ in onze maatschappij speelde is verleden tijd. De kerk schrijft niets meer voor, en dat is maar goed ook.

Mensen blijven echter op zoek naar zingeving, zoeken op allerlei plekken. Sommigen blijven zich – op zeer uiteenlopende manieren overigens – verbonden weten met een kerkelijke gemeenschap. Zo ook in Nederhorst den Berg. Anderen zoeken buiten de kerk. Voor velen van hen is echter het kerkgebouw een plek van bezinning, van rust en adem – zeker als het om zo’n eeuwenoude plek als de Willibrordkerk gaat.

We zijn ervan overtuigd dat de Willibrordkerk, mits anders ingericht, zinvol kan functioneren.
Niet alleen voor haar vaste bewoner, de Protestantse gemeente, maar ook voor anderen. Niet alleen op zondag, maar ook door-de-week.
Wat wij voor ogen hebben, is een kerk met ruimte. Niet volgebouwd met banken die dwingend op de preekstoel gericht staan, maar voorzien van open plekken waar mensen zich kunnen bewegen. Het oude koor mag weer open en ruim zijn, een plaats waar je het licht kunt zien binnenkomen.

Ze zal een kerk zijn waar je zomaar binnen kunt lopen, tot niets verplicht: een moment van rust, van stilte en van licht midden in een drukke wereld.
Ze zal open zijn op zondagochtend, voor wie de verbinding met de bron zoekt, samen met anderen.
En in de kerk zal ook altijd gedoopt, getrouwd en gerouwd worden. Telkens op manieren die aanspreken, waarin de stem en het verlangen van mensen gehoord en vormgegeven kan worden - altijd weer in vertrouwen verwijzend naar het geheim waar de kerk het van moet hebben: dat mensen niet alleengelaten zijn.



Naar boven